Menu Sluiten

Mennisten in Pieterzijl

Van de vroegste geschiedenis van de doopsgezinden wonende ten noorden van Grijpskerk is maar weinig bekend. De mennisten van de De Waard en Pieterzijl worden in de zeventiende eeuw genoemd.  De groei van de doopsgezinde gemeente werd door de hervormde predikant uit Visvliet met lede ogen aanschouwd. In de vergadering van de classis Westerkwartier van 7 september 1668 meldde hij, dat de “Mennisten tot Pieterzijl een kerk hadden gebouwd. De classis riep op haar beurt de hulp van de grietman (burgemeester) van Visvliet in, die op grond van het vernieuwde plakkaat van 18 maart 1662 de sluiting van het vermaanhuis gelastte.  De leden van de Doopsgezinde gemeente gingen daarop in beroep bij de Hoofdmannenkamer; doch zonder resultaat. De doopsgezinde gemeente bleef echter voortbestaan. Men kwam bijeen in een woning, waar men elkaar voordien ook ontmoette. 

In 1733 bouwden de doopsgezinden van Pieterzijl en omstreken weer een vermaanhuis en nu zonder problemen Nadat de gemeente na 1792 onder leiding van Gerben Cornelis van Grouw tot bloei was gekomen, ontstond de behoefte aan een groter kerkgebouw. Bij intekening werd in april 1814 door 27 leden een bedrag van 15.350 gulden opgebracht ten behoeve van een fonds, opgericht tot instandhouding van de gemeente. Uit dit fonds werd de bouw van kerk en pastorie betaald, waarmee een jaar later werd begonnen.

Deze kerk staat nu in Grijpskerk.