De 4 mei commissie organiseert de activiteiten rondom de herdenking van de Tweede Wereldoorlog.
Ieder jaar wordt er bij het monument aan de Diepswal een bijeenkomst georganiseerd, die doorgaans goed bezocht worden.
De commissie bestaat uit:
Peter Stuut ( contactpersoon): peter.stuur@ziggo.nl, 0642256582
Eddy Kingma: eddykingma60@gmail.com, 062759843
Gerda Stuut
Marjan Veenstra: marjanveenstra73@hotmail.com
Lees hier het verslag van de herdenking van 2023.
Het monument Diepswal herinnerd ons aan de 4 jonge mannen die tijdens WO-II het leven lieten. Hieronder kunt u de geschiedenis van Arnoldus Stuut, Sjoerd Kok, Jan Wiersma en Klaas Reinder Wiersma lezen.

DE AANHOUDING
In de nacht van 18 op 19 Juni 1944 werd er even na twaalf uur bij de familie Stuut gebeld en de landwacht uit de gemeente Grootegast stond voor de deur.
Stuut had drie zonen die waren ondergedoken, maar de landwachters wilden speciaal Piet Stuut, 1 van de zonen, hebben omdat deze wel eens wat illegaal werk deed. Piet was niet thuis maar Arnold toevallig wel die nacht en nadat hij wat brood had ingepakt, werd Arnold meegenomen. De landwachters namen ook nog een extra fiets van Stuut mee, ze beweerden die nodig te hebben. Daarna werd Arnold door twee landwachters naar Grootegast gebracht, naar de landwachtkazerne.
Op 20 juni werd Arnold met een aantal andere jongens onder strenge bewaking met de lijnbus naar Groningen gebracht. Daar werd hij, na op het Scholtenshuis te zijn aangekomen, verhoord en daarna opgesloten in het politiebureau aan het Martinikerkhof. Op 26 juni werd hij overgebracht naar het “polizeidurchgangslager”te Amersfoort. Arnold kwam in blok 7 als no. 179
Zijn familie heeft vanaf de arrestatie alles in het werk gesteld Arnold vrij te krijgen maar het mocht niet baten.
ONDERDUIKERS OPGEPAKT
In de nacht van donderdag 22 op vrijdag 23 augustus 1944 sliepen in de schuur van timmerman Kuin, Sjoerd Kok, Jan Wiersma en Klaas Wiersma. OM ongeveer kwart over twaalf werd er op de deur gebonsd en bleek dat 11 landwachters uit Grootegast de schuur hadden omsingeld. De drie jongens werden gearresteerd. De landwachters gingen eerst met de jongens naar hun ouders. “We hebben jullie jongens gepakt”zeiden de landwachters tegen de verschrikte ouders en nadat ze nog wat brood mee hadden mogen nemen , werden er nog drie fietsen gevorderd en werden Sjoerd, Jan en Klaas meegenomen naar Grootegast. Na de nacht in Grootegast te hebben doorgebracht werden Sjoerd, Jan en Klaas op zaterdag 24 augustus naar Groningen gebracht, ook zij werden op het Scholtenshuis verhoord en verder ingesloten in het politiebureau aan het Martinikerkhof. Op dinsdag 27 augustus werden ook deze drie jongens naar Amersfoort naar het concentratiekamp gebracht. Ook de familie Kok en Wiersma hebben er alles aan gedaan om de jongens vrij te krijgen maar het heeft niets geholpen.
De jongens mochten naar huis schrijven, twee keer per maand twintig regels en precies op de lijnen. De legale brieven zeiden natuurlijk weinig, maar toch hoorden de ouders weer eens wat van hun zonen. Begin september 1944 kreeg de familie Stuut een briefje thuis gestuurd dat er werkkleren naar Amersfoort moesten worden gebracht. Het is niet duidelijk of de families Kok en Wiersma ook zo’n briefje hebben gekregen, maar wel waarschijnlijk. Door de opmars van de Engelse en Canadese troepen en de grote chaos die daarvan het gevolg was, o.a. dolle dinsdag 5 september, konden de familieleden niet in Amersfoort komen met kleding voor de jongens.
OP TRANSPORT
Enige tijd hoorden de ouders niets van de jongens tot de familie Wiersma een brief ontving van Klaas die deze onderweg uit de trein had geworpen. In deze brief stond dat de jongens bijna vrij waren gelaten door de snelle geallieerde opmarsen dat ze hun eigen kleding al weer terug hadden gekregen. Op het laatste moment lukte het de Duitsers nog een trein samen te stellen en waren ze op transport gegaan.
De trein die de Duitsers hadden samen gesteld, vervoerde op 8 september 1944 nog 1165 mannen naar Duitsland onder wie Arnold Stuut, Sjoerd Kok, Jan Wiersma en Klaas Wiersma. De jongens kwamen terecht in kamp “Neuengamme” bij Hamburg.
Dit kamp telde ook nog 70 z.g. buitencommando’s waarin gevangenen moesten werken, en sommige waren zo ver van het kamp gelegen dat de mannen er elke dag met de trein heen en weer reisden. Sjoerd Kok werkte bij een buitencommando en volgens medegevangenen die de oorlog overleefden, zou hij op de morgen van 11 november 1944 uit een trein zijn gesprongen en gevlucht. Hij werd echter weer gegrepen en ’s nachts ter dood gebracht. Daarna zouden overlijden aan entercolitus (ondervoeding met klachten daarvan) op 24 december 1944 Jan Wiersma, op 26 december Arnoldus Stuut en op 15 januari Klaas Reinder Wiersma. De families kregen vroeg of laat bericht van hun overlijden. De familie Kok heeft tot aan het einde van de oorlog in hoop en vrees geleefd over de toestand van hun zoon Sjoerd
(de jongens waren ondergedoken omdat ze niet hadden gereageerd op de arbeidsinzet).
Zij werden uit het midden van het leven van hun familie en het dorp weggescheurd.
Dat hun namen in dit dorp niet worden vergeten.
